Pagina 12 - 13, Pagina 36 - 37, Thematisch

Gezinssamenstelling

Terwijl ik dit schrijf realiseer ik me hoeveel verschillende soorten gezinnen er zijn. Allereerst het ‘klassieke’ gezin, met een papa, mama en kind(eren). Maar ook het samengestelde gezin, met wisselende rollen voor partners, ouders en opvoeders. Er zijn eenoudergezinnen,  gezinnen met 2 papa’s of mama’s of gezinnen waarin een opa, oma of tante, oom de opvoeders zijn. Er zijn pleeggezinnen, adoptiegezinnen en misschien nog wel allerlei combinaties van (nog niet) genoemde samenstellingen.

In het boek Mama gaat logeren ga ik uit van onze situatie: mama, papa, vier kinderen. Het boek heeft als doel om jullie situatie bespreekbaar te maken. Deze is misschien niet exact hetzelfde, de verschillen kan je opmerken en bespreken met je kinderen. Hoe is het bij ons? Wat hebben wij meegemaakt/maken wij mee? Wat voelen/voelden we daarbij?

Als je kijkt naar jullie gezin, is er dan sprake van één kind, of meerdere? Is het een jongens-, meisjes- of gemengd gezin? Kunnen broertjes/zusjes het met elkaar vinden of zijn ze te verschillend? Zijn er grote leeftijdsverschillen? Zijn de kinderen van één vader/moeder of van verschillende? Waarom is dit van belang? Daar gaat het boek toch helemaal niet over? Klopt, het boek gaat over hoe om te gaan met de moeilijke situatie waarin jullie zitten. Het gaat over aandacht geven en verdelen over je kinderen, over opvoedvragen en het praktisch regelen van de dagelijkse gang van zaken. Het is goed te beseffen dat daarbij de gezinssituatie een grote rol speelt.

Sta je er bijvoorbeeld alleen voor, maar is er een groot netwerk (familie/vrienden) om op terug te vallen? Of ben je wel samen, maar sta je er nu als gezin alleen voor? Zijn er vrienden of familie waarop je had gerekend en die niet beschikbaar blijken? En wellicht juist degene waarop je niet had gerekend staat voor je klaar? Omdat het zo belangrijk is dat je er niet alleen voor staat is dit een apart thema. Mensen om je heen weten niet wat je meemaakt en hoe zwaar het kan zijn. Hierin zal je je kwetsbaar moeten durven opstellen en er openheid over geven. Steun vragen en krijgen is van wezenlijk belang!

Als je kinderen naar de opvang gaan of iets dergelijks is het belangrijk te beseffen dat ze te maken krijgen met verschillende regels en grenzen. Dit kan vragen en opmerkingen met zich meebrengen. Ook komt het voor dat je niet de vader/moeder van het kind bent maar wel de opvoeder of een van de opvoeders. Hoe dit door het kind ervaren wordt is afhankelijk van zijn leeftijd en achtergrond. Bespreek samen, eventueel met betrokken hulpverlening (therapeuten, wijkteam e.d.) hoe hiermee om te gaan.

Alle hierboven genoemde zaken kunnen een rol spelen bij de individuele aandacht die je kinderen nodig hebben en wellicht ook opeisen. Denk aan leeftijd en bijbehorend gedrag, maar ook volgorde van kinderen. Oudste kinderen krijgen bijvoorbeeld al vaak aandacht omdat ze alle ‘primeurtjes hebben’, zoals als eerste het veterstrikdiploma, judowedstrijd, als eerste kunnen fietsen, etc. Maar vaak zijn de oudste kinderen ook de meest verantwoordelijke, omdat ze als eerste alles moeten ondervinden en ouders voorzichtig zijn. En wellicht als voorbeeld zijn voor de opvolgende kinderen.

‘Hmpff’, zei papa, ‘jij bent zeker twee’. Het kleintje zei ‘nee’.

Dit alles bepaald de sfeer in huis met haat, liefde, concurrentie, opoffering, voordringen, en ga zo maar door. Bewust zien wat de behoeften van je kind is geeft je een voorsprong en maakt dat je beter in zijn/haar behoeften kunt voorzien.

Papa is mama niet. Dat schrijf ik ook in het boek, het is zo belangrijk dat te beseffen. Jij kunt als één van de ouders niet in alle behoeften van het kind voorzien. Het kind heeft hechting met, en behoeften, verlangens en voorkeuren die horen bij moeder of vader. Als een van beide wegvalt, dan kan dat als beangstigend worden ervaren. Een kind heeft dan veiligheid nodig, maar ook uitleg over de situatie op zijn/haar niveau. Ook het verdriet en het gemis mag er zijn.  Zorg dat je kind zich kan uiten; praat er samen over, teken, knutsel samen. Maak de wensen en verlangens zichtbaar en bespreek samen hoe je daar concreet handen en voeten aan zou kunnen geven.

Pagina 12 - 13, Pagina 32 - 33, Thematisch

Partnerrelatie

Voor dit thema ga ik uit van een partnerrelatie. Het maakt in die zin niet veel uit of het een biologische ouder of opvoeder in het gezin is. Het kan zijn dat er al sprake is van een situatie waarbij je er alleen voor staat. Als de ouder/opvoeder van de kinderen nog wel in beeld is kan doorlezen wellicht toch nut hebben. Als een ouder/opvoeder niet meer in beeld is, dan kan dit thema worden overgeslagen.

Ruzie tussen partners neemt vaak toe, er is meer spanning, je kunt minder van elkaar hebben. Hoe meer verwijdering hoe minder je van elkaar kunt hebben. En misschien ontstaan er dan ook situaties met ruzie waar de kinderen bij zijn. Dit is onwenselijk, maar soms misschien ook onvermijdelijk. Maak het ook weer goed waar de kinderen bij zijn. Leg uit dat het niet helemaal ging zoals je wilde en laat zien hoe je ruzies ook weer kunt oplossen.

Als je relatie onder meer spanning komt te staan, heb daar dan aandacht voor: niet het individu, maar het gezinssysteem staat onder druk. Niet alles wat er in het gezin gebeurd is nu de schuld van ‘ de zieke’ (zie ook onder stigmatisering), maar spanningen ontstaan waar personen zich met elkaar verbinden. Maak ook de relatie een deel van de oplossing. Relatietherapie (of systeemtherapie) heeft ook bij ons een belangrijke rol gespeeld om de relatie en spanningen thuis bespreekbaar en beheersbaar te maken en te houden.

In het boek is scheiden als thema benoemd, maar niet uitgewerkt. Wij zijn er als gezin samen doorheen gekomen en dit wensen we iedereen toe. Maar bij anderen zal dit wellicht een minder grote rol spelen of is er misschien wel sprake van een gebroken relatie. Deze bladzijden geven aanleiding om dit thema bespreekbaar te maken, om het er met elkaar over te hebben. Wees betrouwbaar en eerlijk. Doe geen uitspraken die je niet kunt waarmaken. Maar loop ook niet op de feiten vooruit.

Kinderen hebben veel door, doen alsof het er niet is werkt meestal niet. Neem kinderen ook niet in vertrouwen alsof het gelijkwaardige gesprekspartners zijn (zie ook onder parentificatie), maar neem ze op hun eigen niveau en wat ze emotioneel aankunnen mee in de concrete gebeurtenissen. Bijvoorbeeld: ‘Papa en mama maken wel wat meer ruzie de laatste tijd he? Maar we houden nog steeds van elkaar.’

Creëer ruimte waar vragen kunnen ontstaan en besproken kunnen worden. Neem de tijd voor een-op-een aandacht, luister naar de ‘ vraag achter de vraag’. Vaak zullen vragen of opmerkingen zo ‘uit de lucht komen vallen’, zoals in het boek tijdens een gezamenlijk momentje in de badkamer. Misschien weet je niet meteen te reageren, dat is helemaal niet erg. Geef dat aan en kom er later op terug.

Omdat er over de partnerrelatie en scheidingen zoveel meer valt te zeggen zijn er andere boeken en wellicht de relatietherapeut veel geschikter om hier meer over te vertellen en/of om mee in gesprek te gaan. Ik werk dit thema hier verder niet uit, maar wil je vooral uitdagen het er niet bij te laten zitten. Een goede begeleiding bij zowel een voortdurende partnerrelatie als bij een eventuele scheiding zijn van groot belang voor het hele systeem. De relatie – goed en minder goed- heeft grote impact op de kinderen. Zoek hulp waar mogelijk.